Opgenomen in de psychiatrie



In mei 2017 werd ik opgenomen op een gesloten afdeling van de GGZ.


Na jarenlang veel te veel te hebben gewerkt en nooit de tijd genomen te hebben om mijn trauma’s te verwerken, zakte ik weg in een depressie. Het vele werk had zijn tol geëist op mijn lichaam. Ik was altijd moe en alles deed pijn. Emotioneel gezien was ik labiel, ik sliep nauwelijks, werd gekweld door herbelevingen en mijn suïcidale gedachten werden met de dag concreter. Het plan was klaar. Ik zou een einde maken aan mijn leven. Ik zou mijn naasten ontlasten door er niet meer te zijn. Ik zou mijn lichaam rust geven door het niet meer nodig te hebben. Ik zou mijn geest laten ontspannen door niets meer te voelen. Ik zou verdwijnen.


Ik had geen dromen, geen wensen meer. Niet wetende hoe ik verder moest leven. Overtuigd dat ik niet meer kon genezen, zocht ik alles uit om het te stoppen. Door mijn labiele geest was ik minder goed in het opzetten van mijn o zo bekende masker. Een lachje hier, een praatje daar, hard werken en mezelf negeren. De energie was op en mijn instabiliteit werd zichtbaar, zowel voor mijn moeder, vrienden als voor mijn behandelaar. Ik werd steeds beter in de gaten gehouden, totdat de maat vol was. Mijn psycholoog nodigde mij uit voor een extra gesprekje en twee uur later was ik opgenomen op een gesloten afdeling.


Ik was bang voor deze nieuwe situatie, boos omdat mijn plan niet tot uitvoering was gekomen, verdrietig omdat ik niet meer vrij was. Niets gebeurde zonder toestemming van de verpleegkundigen. Zittend op het ijzeren bed bleef ik in mijn kamertje. Ik weigerde te eten of eruit te komen, bang voor de andere patiënten, me schamend dat ik nu net zo was als zij.


Toch zette ik de stap naar herstel, eerst door mijn medicatie in te nemen, later door te eten met de groep en nog later door naar buiten te gaan met de begeleiding. Voorzichtig maakte ik contact en begon de veiligheid te waarderen. Ik kreeg weer een ritme, structuur en inzicht in mezelf. De gesprekken met één van de verpleegkundigen lieten mij proeven hoe het was om eerlijk en open te zijn. Het beviel me wel. Het was nou eenmaal zoals het was.


Een week later zat ik op een bankje naar de rivier te staren en verlangde naar huis, naar mijn katten, maar ik was tegelijkertijd bang om weer alleen te zijn. Ik voelde de vrijheid, want ik mocht nu drie keer per dag een half uurtje zelfstandig naar buiten. Ik gebruikte ze allemaal en maakte wandelingetjes door het park of pakte een terrasje met mijn ouders. Sinds tijden voelde ik mij veilig, er werd op mij gepast en ik begon me beter te voelen.


Terug de maatschappij in, een paar weken later, was enger dan ik ooit had kunnen bedenken. De veiligheid viel weg; het ritme en de structuur ook. Ik voelde me een wrak, ik kon niet eens boodschappen doen zonder een gedetailleerd boodschappenlijstje of ik kwam met lege handen weer naar buiten. Een verpleegkundige kwam twee keer per week langs om mij een beetje in de gaten te houden. Eén keer in de veertien dagen moest ik langs mijn werk voor een gesprekje. Maar hoe langer ik in de ziektewet zat hoe meer ik opzag tegen terugkeren naar mijn werk. Ik schaamde me en was bang dat het allemaal nog erger zou worden.


’s Ochtends vroeg nam ik een vlugge douche waarna de ik rest van de dag achter mijn laptop kroop. Ik was begonnen met het schrijven van mijn boek Grip. Dagen werden weken en weken werden maanden. Iedere dag schreef ik uren achter elkaar. Mijn verhaal moest eruit. Ik vond het oneerlijk naar mijn werkgever toe dat ik wel kon schrijven maar niet kon werken. Ik schreef mijn verhaal in een soort herbelevingen en kon nergens anders aan denken. Mijn vingers bleven over het toetsenbord dansen, mijn ogen gefixeerd op het scherm. Niets in het hier en nu kon mij afleiden, ik was terug, terug in het verleden. Het was een heel ander soort bezig zijn dan werken.


Schrijven bleek helend te zijn, de maanden van inspanning brachten mij veel inzichten en bovenal begrip voor mezelf. Na alles wat ik had meegemaakt, was het niet zo gek dat ik het moeilijk had. Dat besef was een ommekeer in mijn leven.


Na tien maanden was Grip zo goed als af, evenals Het Offer dat mijn moeder schreef in dezelfde tijd. Onze boeken waren bijna klaar om samen te worden uitgegeven. Ik zocht naar een nieuwe baan, iets wat minder van mijn tijd zou eisen, maar waarmee ik wel rond kon komen. Ik vond iets in de zorgsector en bouwde een nieuw leven op. Een leven waarin de band met mijn moeder oersterk werd en waarin het contact met de rest van mijn familie zichtbaar verbeterde. Een leven waarin ik kon gaan staan voor mezelf, voor mijn eigen gezondheid en stabiliteit. Een leven dat ik wilde leven.


Eva Schenk


Inmiddels zijn de boeken overal verkrijgbaar.

Benieuwd naar het taboedoorbrekende spiegelboek Het Offer & Grip dat ik samen met mijn moeder heb geschreven? Kijk dan op de website www.moederdochter.com voor meer informatie of klik hier om het meteen te bestellen.




Algemene Voorwaarden          Privacyverklaring          Retourvoorwaarden          Klachtenprocedure          Contact

MoederDochter vof

KvK nummer: 71993487

BTW-nummer: NL858933081B01